Verantwoording EU-gelden door de lidstaten

Op dit moment leggen alleen Denemarken, Nederland en Zweden in een jaarlijkse lidstaatverklaring publiek verantwoording af over de wijze waarop de EU-gelden die zij hebben ontvangen, in eigen land zijn besteed. In de lidstaatverklaring doen ze een uitspraak over de kwaliteit van de systemen die zij hebben gehanteerd voor het beheren en controleren van het EU-geld. Ook geven ze aan of dit EU-geld volgens de regels (‘rechtmatig’) is besteed. Er zijn volgens de Algemene Rekenkamer vijf redenen waarom alle lidstaten een dergelijke verklaring zouden moeten afgeven:

  1. De EU wordt gefinancierd met publiek geld uit de lidstaten. Alle EU-burgers hebben dus belang bij een goede besteding van ‘hun’ geld.
  2. Ongeveer 90% van de EU-uitgaven wordt in de lidstaten besteed en bij ongeveer 80% van de EU-uitgaven zijn de lidstaten medeverantwoordelijk voor het beheer en de controle daarvan.
  3. De Europese Rekenkamer heeft nog nooit een positief rechtmatigheidsoordeel gegeven over de besteding van EU-gelden. De meeste fouten worden gevonden in de EU- lidstaten.
  4. De drie landen met een lidstaatverklaring ontvangen samen minder dan 10% van het EU-geld waarvoor de lidstaten verantwoordelijk zijn.
  5. Door het gebrek aan publieke verantwoording door de lidstaten is het niet mogelijk om de problemen bij de besteding van EU-gelden structureel op te lossen.

Alle EU-burgers hebben direct belang bij juiste besteding van EU-geld

Alle lidstaten dragen geld af waarmee de EU wordt gefinancierd (de ‘eigen middelen’ van de EU). Deze afdrachten bestaan uit douaneheffingen op producten van buiten de EU (de traditionele eigen middelen), uit een deel van de opbrengst van de btw en uit een bijdrage op grond van het bruto nationaal inkomen (BNI). Omdat de EU zichzelf financiert met publiek geld uit de lidstaten, dragen alle EU-burgers hieraan bij. Zij hebben dus een direct belang bij een goede besteding van EU-geld.

90% van EU-uitgaven in lidstaten besteed

Ongeveer 90% van de EU-uitgaven wordt in de lidstaten besteed. Het grootste deel hiervan bestaat uit landbouwsubsidies en structuurfondsen. Volgens het EU- verdrag en de onderliggende wetten zijn de lidstaten er medeverantwoordelijk voor dat dit geld goed wordt beheerd en gecontroleerd. Zij moeten erop toezien dat de Europese regels worden nageleefd en onrechtmatigheid en fraude worden opgespoord en bestreden.

Nog nooit positief oordeel Europese Rekenkamer

De Europese Rekenkamer geeft jaarlijks een oordeel over de juiste besteding (‘rechtmatigheid’) van EU-gelden. De Europese Rekenkamer heeft tot dusver nog nooit een positief oordeel gegeven over de rechtmatigheid van de EU-uitgaven, omdat zij bij haar controles te veel fouten vindt. Deze fouten zijn overtredingen van de Europese regels en worden voor het overgrote deel gemaakt door de ontvangers van EU-geld in de lidstaten. Het kan bijvoorbeeld gaan om het opgeven van kosten die niet subsidiabel zijn. De meeste fouten worden gevonden bij het geld uit de structuurfondsen.

Slechts zeer beperkt deel EU-uitgaven publiek verantwoord op lidstaatniveau

Ondanks het belang van een juiste besteding van EU-geld voor burgers, de verplichting van lidstaten om hierop toe te zien en de 21 negatieve verklaringen van de Europese Rekenkamer op rij, leggen in 2014 slechts drie van de 28 lidstaten publiek verantwoording af over de manier waarop EU-geld in hun land wordt besteed. Dit zijn Denemarken, Nederland en Zweden.

Lidstaatverklaring beste garantie voor juiste besteding EU-gelden

In landen met een lidstaatverklaring wordt het publieke debat over EU-gelden en een goede parlementaire controle daarop gestimuleerd omdat de betrokken ministers direct aan te spreken zijn op de manier waarop dit geld in hun land wordt besteed, verantwoord en gecontroleerd. Dit is geen overbodige luxe, gezien het hoge aantal fouten dat gemaakt wordt bij de besteding van EU-geld in de lidstaten. Een stelsel van lidstaatverklaringen stelt de EU als geheel en alle lidstaten afzonderlijk in staat om vast te stellen waar en waarom deze fouten worden gemaakt en hoe deze kunnen worden verholpen. Volgens de Algemene Rekenkamer geeft dat uiteindelijk de beste garantie dat het EU-geld dat we samen opbrengen ook juist wordt besteed.